AB 1998/199
Beoordelingsvrijheid bij vergunningverleningsbevoegdheid o.g.v. de Wet milieubeheer
RvS 21-04-1998, ECLI:NL:RVS:1998:AN5622, m.nt. G.T.J.M. Jurgens (varkenshouderij Van Gurp Breda)
- Instantie
Raad van State
- Datum
21 april 1998
- Magistraten
Hulshof, Hammerstein-Schoonderwoerd, Van Angeren
- Zaaknummer
E03970115
- Noot
G.T.J.M. Jurgens
- LJN
AN5622
- Roepnaam
varkenshouderij Van Gurp Breda
- JCDI
JCDI:ADS656428:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:1998:AN5622, Uitspraak, Raad van State, 21‑04‑1998
- Wetingang
Essentie
Beoordelingsvrijheid bij vergunningverleningsbevoegdheid o.g.v. de Wet milieubeheer.
Samenvatting
Bij de toepassing van de art. 8.10 en 8.11 Wm komt verweerders een zekere beoordelingsvrijheid toe, die haar begrenzing onder meer vindt in hetgeen uit de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten voortvloeit. Bij de bepaling van die inzichten en bij de invulling van die beoordelingsvrijheid hebben verweerders de Richtlijn ‘Veehouderij en Stankhinder’ tot uitgangspunt genomen. Een belangrijk verschil tussen de richtlijn en de brochure Veehouderij en Hinderwet bestaat in een gewijzigde beschrijving van de omgevingscategorieën. Deze wijziging houdt in dat verschillende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.