AB 2000, 301
Rechtstreekse toepassing art. 6 lid 3 en 4 Habitatrichtlijn voor gebieden die op grond van art. 4 lid 1 Vogelrichtlijn hadden moeten worden aangewezen; pkb'en niet geschikt ter implementatie van richtlijnbepalingen; woningbouw dwingend vereiste van groot openbaar belang; geen alternatieven
ABRvS 11-01-2000, ECLI:NL:RVS:2000:AN6394, m.nt. Ch. Backes
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
11 januari 2000
- Magistraten
Bartel, Cleton, R. Lauwaars
- Zaaknummer
E01970234
- Noot
Ch. Backes
- LJN
AN6394
- JCDI
JCDI:ADS867725:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Milieurecht / Milieueffectrapportage
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2000:AN6394, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 11‑01‑2000
- Wetingang
EG-Richtlijn nr. 79/409 art. 4 lid 1; EG-Richtlijn nr. 92/43 art. 6 lid 3; EG-Richtlijn nr. 92/43 art. 6 lid 4; EG-Richtlijn nr. 92/43 art. 7; WMb art. 7.10 lid 1 onder b
Essentie
Rechtstreekse toepassing art. 6 lid 3 en 4 Habitatrichtlijn voor gebieden die op grond van art. 4 lid 1 Vogelrichtlijn hadden moeten worden aangewezen; pkb'en niet geschikt ter implementatie van richtlijnbepalingen; woningbouw dwingend vereiste van groot openbaar belang; geen alternatieven.
Samenvatting
Bestemmingsplan IJburg. Uit het arrest van het Hof van Justitie EG van 18 maart 1999 kan worden opgemaakt dat art. 7 Habitatrichtlijn ook geldt voor gebieden die niet zijn, maar hadden moeten worden aangewezen als speciale beschermingszone. De vraag of het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft deel uitmaakt van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.