AB 2000, 303
Voorrang richtlijnconforme interpretatie vóór rechtstreekse toepassing; relatie Verdrag van Bern tot Habitatrichtlijn; meest geschikt alternatief en geen andere bevredigende oplossing
RvS 27-04-2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA6571, m.nt. Ch. Backes
- Instantie
Raad van State
- Datum
27 april 2000
- Magistraten
R. Cleton, R.H. Lauwaars, P.J.J. van Buuren
- Zaaknummer
199901039/1
- Noot
Ch. Backes
- LJN
AA6571
- JCDI
JCDI:ADS866370:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Milieurecht (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2000:AA6571, Uitspraak, Raad van State, 27‑04‑2000
- Wetingang
Natuurbeschermingswet art. 24 lid 3; Natuurbeschermingswet art. 25; Besl. ontheffingen en vrijstellingen Natuurbeschermingswet art. 2; EG-Richtlijn nr. 92/43 art. 12 lid 1; Conventie van Bern art. 6; Conventie van Bern art. 9
Essentie
Voorrang richtlijnconforme interpretatie vóór rechtstreekse toepassing; relatie Verdrag van Bern tot Habitatrichtlijn; meest geschikt alternatief en geen andere bevredigende oplossing.
Samenvatting
Niet aannemelijk is gemaakt dat zich in het onderhavige gebied ten tijde van het nemen van het ontheffingsbesluit geen hamsters bevonden. Evenmin is aannemelijk gemaakt dat in het gebied thans geen hamsters meer zouden voorkomen. Appellante sub 2 stelt dat art. 12 lid 1 onder b en d van de Habitatrichtlijn niet correct is geïmplementeerd. Alvorens de Afdeling toekomt aan de vraag of de richtlijn rechtstreekse werking heeft, moet worden nagegaan of het van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.