AB 2001, 264
Huursubsidie; partner geen belanghebbende; bezwaar niet kennelijk ongegrond; ten onrechte niet gehoord; geen toepassing van art. 6:22, wel van art. 8:72 lid 3.
RvS 31-07-2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA6769, m.nt. N. Verheij (huursubsidie Groningen)
- Instantie
Raad van State
- Datum
31 juli 2000
- Magistraten
Bartel
- Zaaknummer
199900682/1
- Noot
N. Verheij
- LJN
AA6769
- Roepnaam
huursubsidie Groningen
- JCDI
JCDI:ADS866371:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2000:AA6769, Uitspraak, Raad van State, 31‑07‑2000
- Wetingang
AWB art. 1:2; AWB art. 6:22; AWB art. 7:3; AWB art. 8:72 lid 3
Essentie
Huursubsidie; partner geen belanghebbende; bezwaar niet kennelijk ongegrond; ten onrechte niet gehoord; geen toepassing van art. 6:22, wel van art. 8:72 lid 3.
Samenvatting
Appellanten hebben betoogd dat Y, die gedurende het in geding zijnde tijdvak, alsmede ten tijde van de primaire beslissingen, met X samenwoonde, als belanghebbende had moeten worden opgemerkt. Y, die niet als aanvrager geldt en wiens gegevens ook niet zijn vermeld in de subsidie-aanvraag, was echter niet rechtstreeks betrokken bij de naar aanleiding van deze aanvraag genomen beslissing. Voor de nadere vaststelling, terugvordering en boete-oplegging ligt dit niet anders.
Met de rechtbank is de Afdeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.