AB 2002, 146
Gegronde vrees voor vervolging; bewijslast; vaststelling van feiten.
RvS 28-12-2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD9771, m.nt. I. Sewandono
- Instantie
Raad van State
- Datum
28 december 2001
- Magistraten
Loeb, Vlasblom, Claessens
- Zaaknummer
200105344/1
- Noot
I. Sewandono
- LJN
AD9771
- JCDI
JCDI:ADS866721:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vreemdelingenrecht (V)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2001:AD9771, Uitspraak, Raad van State, 28‑12‑2001
- Wetingang
AWB art. 8:77 lid 2; Vw 2000 art. 29 lid 1 aanhef onder b; Vw 2000 art. 31 lid 1; Vw 2000 art. 31 lid 2 aanhef onder f
Essentie
Gegronde vrees voor vervolging; bewijslast; vaststelling van feiten.
Samenvatting
Ingevolge art. 31 lid 1 Vreemdelingenwet 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 28 van die wet, afgewezen, indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen. Het is derhalve aan de asielzoeker om de door hem aan zijn aanvraag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden tegenover de staatssecretaris waar te maken.
Er is geen grond voor het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.