AB 2003/98
Overgangsrecht in bestemmingsplan; in kader beslissing inzake handhaving Wet milieubeheer kunnen belangen worden betrokken die bij beslissing over Wet milieubeheer-vergunningverlening geen (doorslaggevende) rol mogen spelen; partiële handhaving alleen onder bijzondere omstandigheden mogelijk.
RvS 10-04-2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1254, m.nt. A.A.J. de Gier
- Instantie
Raad van State
- Datum
10 april 2002
- Magistraten
Donner, Hirsch Ballin, Lubberdink
- Zaaknummer
199900917/1
- Noot
A.A.J. de Gier
- LJN
AE1254
- JCDI
JCDI:ADS866352:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Milieurecht / Algemeen
Volkshuisvesting en wonen / Algemeen
Bouwrecht / Woonrecht
Omgevingsrecht / Handhaving
Volkshuisvesting en wonen / Woningbouw
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2002:AE1254, Uitspraak, Raad van State, 10‑04‑2002
- Wetingang
WMb art. 8.1 lid 1; WMb art. 18.2; WMb art. 20.8; Woningwet art. 40; AWB art. 5:22
Essentie
Overgangsrecht in bestemmingsplan; in kader beslissing inzake handhaving Wet milieubeheer kunnen belangen worden betrokken die bij beslissing over Wet milieubeheer-vergunningverlening geen (doorslaggevende) rol mogen spelen; partiële handhaving alleen onder bijzondere omstandigheden mogelijk.
Samenvatting
Niet is uitgesloten dat het bevoegd gezag in het kader van een beslissing inzake handhaving van de Wet milieubeheer belangen bij zijn afweging betrekt die vervolgens bij de beslissing op de aanvraag om vergunning geen (doorslaggevende) rol mogen spelen. In het onderhavige geval hebben verweerders bij hun verwachtingen omtrent legalisering strijd met het bestemmingsplan een rol laten spelen. Dit is niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.