AB 2003, 177
Punitieve intrekking; bewijs; een getuige geen getuige; coffeeshopbeleid.
RvS 22-05-2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE2794, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen
- Instantie
Raad van State
- Datum
22 mei 2002
- Magistraten
Ligtelijn-van Bilderbeek
- Zaaknummer
200105659/1
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen
- LJN
AE2794
- JCDI
JCDI:ADS866718:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2002:AE2794, Uitspraak, Raad van State, 22‑05‑2002
- Wetingang
AWB art. 3:46; AWB 4e tranche art. 5.0.9; AWB 4e tranche art. 5.4.1.2; EVRM art. 6 lid 2; Sv art. 342 lid 3
Essentie
Punitieve intrekking; bewijs; een getuige geen getuige; coffeeshopbeleid.
Samenvatting
Het verweer van appellant moet worden verworpen dat het bewijs voor de verkoop van softdrugs aan minderjarigen uitsluitend gebaseerd is op een enkele getuigenverklaring en dat dit in strijd komt met de strenge eisen die op grond van art. 6 lid 2 EVRM aan het bewijs worden gesteld dat onder bestraffende besluiten wordt gelegd.
Partij(en)
Appellante, tegen de uitspraak van de president van de Rb. te Amsterdam van 12 oktober 2001 in het geding tussen:
appellante
en
de burgemeester van Amsterdam.
Uitspraak
1. Procesverloop
Bij besluit van 3 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.