AB 2003/192
In het bestemmingsplan opgenomen eis ten aanzien van de wijze waarop mest moet worden verwerkt is niet onaanvaardbaar.
RvS 07-08-2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6221, m.nt. A.G.A. Nijmeijer
- Instantie
Raad van State
- Datum
7 augustus 2002
- Magistraten
Van Dijk, Van Angeren, Slump
- Zaaknummer
200103513/1
- Noot
A.G.A. Nijmeijer
- LJN
AE6221
- JCDI
JCDI:ADS866643:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Ruimtelijk bestuursrecht / Procedure bestemmingsplan
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2002:AE6221, Uitspraak, Raad van State, 07‑08‑2002
- Wetingang
WRO art. 10
Essentie
In het bestemmingsplan opgenomen eis ten aanzien van de wijze waarop mest moet worden verwerkt is niet onaanvaardbaar.
Samenvatting
Het hoger beroep van appellante betreft uitsluitend de grief dat de rechtbank heeft miskend dat burgemeester en wethouders het bouwplan ten onrechte aan de beschrijving in hoofdlijnen vervat in art. 6b van de planvoorschriften hebben getoetst, omdat dit artikel geen planologische, maar uitsluitend milieubeschermende criteria bevat, hetgeen appellante in strijd acht met art. 10 WRO. De Afdeling acht die grief ongegrond.
(…) In het bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen grondgebonden en niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Uit de plantoelichting ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.