AB 2003, 176
Bestuurlijke boete; strenge eisen aan bewijs en motivering; evenredigheid; verwijtbaarheid; bedrijfsvoeringschuld; kenbaarheid; rechtszekerheidsbeginsel; lex certa.
RvS 07-08-2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6240, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen
- Instantie
Raad van State
- Datum
7 augustus 2002
- Magistraten
Hirsch Ballin, Offers, Polak
- Zaaknummer
200106318/1
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen
- LJN
AE6240
- JCDI
JCDI:ADS866787:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2002:AE6240, Uitspraak, Raad van State, 07‑08‑2002
- Wetingang
Essentie
Bestuurlijke boete; strenge eisen aan bewijs en motivering; evenredigheid; verwijtbaarheid; bedrijfsvoeringschuld; kenbaarheid; rechtszekerheidsbeginsel; lex certa.
Samenvatting
Het opleggen van de bestuurlijke boete is een sanctie met een punitief karakter, hetgeen met zich brengt dat aan de bewijsvoering van de overtreding en aan de motivering van het sanctiebesluit strenge eisen dienen te worden gesteld. Tevens dient bij de oplegging van een dergelijke sanctie de verwijtbaarheid van het beboetbare feit te worden betrokken.
De desbetreffende werknemer heeft alle voorhanden veiligheidscursussen gevolgd en is meerdere malen door steigerafbouwers gewaarschuwd voor de risico's verbonden aan het betreden van de in afbouw ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.