AB 2002, 418
Verplichting EG-richtlijn rechtstreeks toe te passen omdat appellante geacht mag worden zich daarop te hebben beroepen.
RvS 23-10-2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE9190, m.nt. Ch. van Backes
- Instantie
Raad van State
- Datum
23 oktober 2002
- Magistraten
Hammerstein-Schoonderwoerd, Oosting, Wiebenga
- Zaaknummer
200100854/1
- Noot
Ch. van Backes
- LJN
AE9190
- JCDI
JCDI:ADS866564:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2002:AE9190, Uitspraak, Raad van State, 23‑10‑2002
- Wetingang
WMb art. 8.17; EG-Richtlijn nr. 76/464 art. 3 lid 4
Essentie
Verplichting EG-richtlijn rechtstreeks toe te passen omdat appellante geacht mag worden zich daarop te hebben beroepen.
Samenvatting
De vergunning heeft mede betrekking op de mogelijke lozing van zwarte-lijststoffen als bedoeld in lijst 1 van de bijlage bij de richtlijn 76/464/EEG. Ingevolge het bepaalde in art. 3 lid 4 van deze richtlijn, op welke bepaling appellante geacht mag worden zich te hebben beroepen en die in het onderhavige geval rechtstreekse werking heeft, mag een vergunning voor de lozing van dergelijke stoffen slechts voor een beperkte duur worden verleend. Aangezien de geldigheidsduur van de bij het bestreden besluit verleende vergunning niet is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.