M en R 2003/4
Verplichte tijdelijke vergunning, richtlijnconforme uitleg, rechtstreekse werking EG-recht, derden, lozing, zwarte-lijststoffen
RvS 23-10-2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE9190
- Instantie
Raad van State
- Datum
23 oktober 2002
- Magistraten
Hammerstein-Schoonderwoerd, Oosting, Wiebenga
- Zaaknummer
200100854/1
- LJN
AE9190
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2002:AE9190, Uitspraak, Raad van State, 23‑10‑2002
- Wetingang
WMb art. 8.17; EG-Richtlijn nr. 76/464 art. 3 lid 4
Essentie
Verplichte tijdelijke vergunning, richtlijnconforme uitleg, rechtstreekse werking EG-recht, derden, lozing, zwarte-lijststoffen
Samenvatting
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de Afdeling gebleken dat de vergunning mede betrekking heeft op de mogelijke lozing van zwarte-lijststoffen als bedoeld in Lijst 1 van de bijlage bij de Richtlijn 76/464/EEG. Ingevolge het bepaalde in artikel 3, vierde lid, van deze richtlijn, op welke bepaling appellante geacht mag worden zich te hebben beroepen en die in het onderhavige geval rechtstreekse werking heeft, mag een vergunning voor de lozing van dergelijke stoffen slechts voor een beperkte duur worden verleend. Aangezien de geldigheidsduur van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.