M en R 2003, 5
Verplichte tijdelijke vergunning, richtlijnconforme uitleg, rechtstreekse werking EG-recht, derden, lozing, zwarte-lijststoffen
RvS 23-10-2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE9208, m.nt. H.F.M.W. van Rijswick, R.J.G.M. van Widdershoven
- Instantie
Raad van State
- Datum
23 oktober 2002
- Magistraten
Hammerstein-Schoonderwoerd, Oosting, Wiebenga
- Zaaknummer
200100860/2
- Noot
H.F.M.W. van Rijswick, R.J.G.M. van Widdershoven
- LJN
AE9208
- JCDI
JCDI:ADS879641:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2002:AE9208, Uitspraak, Raad van State, 23‑10‑2002
- Wetingang
WMb art. 8.17; EG-Richtlijn nr. 76/464 art. 3 lid 4
Essentie
Verplichte tijdelijke vergunning, richtlijnconforme uitleg, rechtstreekse werking EG-recht, derden, lozing, zwarte-lijststoffen
Samenvatting
Niet in geding is dat de bij het bestreden besluit vergunde lozing mede betrekking heeft op de lozing van de onder lijst I bij de Richtlijn 76/464/EEG vallende zwarte-lijststoffen cadmium en kwik. Op grond van het bepaalde in artikel 3, aanhef en vierde lid, van de richtlijn mag een vergunning voor de lozing van dergelijke stoffen slechts voor een beperkte duur worden verleend. Gesteld noch gebleken is dat vorenbedoelde verplichting in het nationale recht is geïmplementeerd. Gelet op het in de Wet milieubeheer neergelegde systeem van verlening ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.