AB 2003, 319
Hangende bezwaar verliest het bestuursorgaan bevoegdheid tot het nemen van besluiten als waartegen het bezwaar was gericht; niet langer bevoegd om op het bezwaar te beslissen; doorzendplicht.
RvS 26-03-2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6366, m.nt. B.W.N. de Waard (intrekking milieuvergunning en bestuursdwang vuurwerkopslag Gilze en Rijen)
- Instantie
Raad van State
- Datum
26 maart 2003
- Magistraten
Konijnenbelt, Van Angeren, Mouton
- Zaaknummer
200202895/1
- Noot
B.W.N. de Waard
- LJN
AF6366
- Roepnaam
intrekking milieuvergunning en bestuursdwang vuurwerkopslag Gilze en Rijen
- JCDI
JCDI:ADS866891:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2003:AF6366, Uitspraak, Raad van State, 26‑03‑2003
- Wetingang
Awb art. 6:15; Vuurwerkbesluit art. 5.1.3 onderdeel E; Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer Bijlage I
Essentie
Hangende bezwaar verliest het bestuursorgaan bevoegdheid tot het nemen van besluiten als waartegen het bezwaar was gericht; niet langer bevoegd om op het bezwaar te beslissen; doorzendplicht.
Samenvatting
Het college van GS van Noord-Brabant is met ingang van 1 maart 2002 het bevoegd gezag geworden ten aanzien van de onderhavige inrichting. Bij gebreke van overgangsrecht dat ziet op situaties als in onderhavig geding aan de orde volgt hieruit dat het college van burgemeester en wethouders op 9 april 2002 niet bevoegd was de beslissing op bezwaar te nemen.
Het tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar dient door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.