AB 2004, 340
Door te beoordelen of door de Staatssecretaris voldoende is onderzocht of appellant als werkgever ter zake van het beboetbare feit verwijt treft, terwijl dit punt niet door appellant is aangevoerd, is de rechtbank buiten de omvang van het geschil getreden.
RvS 02-06-2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP0354, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen, R.J.G.M. Widdershoven
- Instantie
Raad van State
- Datum
2 juni 2004
- Magistraten
Mrs. Zwart, Claessens, Van Diepenbeek
- Zaaknummer
200307786/1
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen, R.J.G.M. Widdershoven
- LJN
AP0354
- JCDI
JCDI:ADS867155:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2004:AP0354, Uitspraak, Raad van State, 02‑06‑2004
- Wetingang
Essentie
Door te beoordelen of door de Staatssecretaris voldoende is onderzocht of appellant als werkgever ter zake van het beboetbare feit verwijt treft, terwijl dit punt niet door appellant is aangevoerd, is de rechtbank buiten de omvang van het geschil getreden.
Samenvatting
De Afdeling overweegt dat de rechtbank heeft miskend dat in het beroepschrift uitsluitend is aangevoerd dat de boete had moeten worden verlaagd, omdat het beboetbare feit mede aan het slachtoffer verweten kan worden. Door te beoordelen of door de Staatssecretaris voldoende is onderzocht en aannemelijk gemaakt of de werkgever ter zake van het beboetbare feit verwijt treft, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.