AB 2004, 417
Bezwaar ten onrechte opgevat als beroep op hardheidsclausule.
RvS 28-07-2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ5714, m.nt. N. Verheij
- Instantie
Raad van State
- Datum
28 juli 2004
- Magistraten
Mr. Claessens
- Zaaknummer
200400667/1
- Noot
N. Verheij
- LJN
AQ5714
- JCDI
JCDI:ADS867238:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Huurrecht / Huurtoeslag
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2004:AQ5714, Uitspraak, Raad van State, 28‑07‑2004
- Wetingang
Awb art. 7:11; Huursubsidiewet art. 26 lid 1 onder b
Essentie
Bezwaar ten onrechte opgevat als beroep op hardheidsclausule.
Samenvatting
De staatssecretaris heeft in zijn besluit van 3 augustus 2001, gehandhaafd bij besluit van 20 augustus 2003, het tegen het door hem gehanteerde inkomen gerichte bezwaar ten onrechte aangemerkt als een verzoek om toepassing van art. 26 lid 1 onder b Huursubsidiewet en aldus een onjuiste toepassing gegeven aan art. 7:11 Awb.
Partij(en)
A.A. W. te Zwolle, appellante, tegen de uitspraak van de Rb. Zwolle van 19 december 2003 in het geding tussen:
appellante
en
de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Uitspraak
1. Procesverloop
Bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.