AB 2005, 25
Nader afwegingsmoment in bestemmingsplanvoorschrift; verhouding tussen aanlegvergunningenstelsel en keur.
RvS 13-10-2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR3792, m.nt. F.A.G. Groothuijse (plan Duinwijk Velsen)
- Instantie
Raad van State
- Datum
13 oktober 2004
- Magistraten
Mrs. Kosto, Lauwaars, Wiebenga
- Zaaknummer
200402189/1
- Noot
F.A.G. Groothuijse
- LJN
AR3792
- Roepnaam
plan Duinwijk Velsen
- JCDI
JCDI:ADS867247:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Ruimtelijk bestuursrecht / Procedure bestemmingsplan
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2004:AR3792, Uitspraak, Raad van State, 13‑10‑2004
- Wetingang
Essentie
Nader afwegingsmoment in bestemmingsplanvoorschrift; verhouding tussen aanlegvergunningenstelsel en keur.
Samenvatting
Een bestemmingsplan heeft een goede ruimtelijke ordening tot doel. Deze wordt verkregen door het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk. Wat betreft de in het plan gegeven bouwmogelijkheden moet dan ook worden aangenomen dat bij de planvaststelling de ruimtelijke gevolgen hiervan zijn beoordeeld. Uit art. 24 lid 5 en 6 van de planvoorschriften, mede gelet op artikellid 2, blijkt echter dat ook in de gevallen waarin het bouwen van bouwwerken is toegestaan, een nadere afweging ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.