AB 2005, 254
Subsidie; belanghebbende; beroepsrecht; schadevergoeding.
RvS 15-12-2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR7590, m.nt. N. Verheij
- Instantie
Raad van State
- Datum
15 december 2004
- Magistraten
Mrs. Lubberdink, Polak, Van Diepenbeek
- Zaaknummer
200400122/1
- Noot
N. Verheij
- LJN
AR7590
- JCDI
JCDI:ADS867234:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2004:AR7590, Uitspraak, Raad van State, 15‑12‑2004
- Wetingang
Essentie
Subsidie; belanghebbende; beroepsrecht; schadevergoeding.
Samenvatting
De Afdeling, ambtshalve: reeds omdat appellante sub 2 geen bezwaar heeft gemaakt tegen het niet tijdig beslissen op de subsidieaanvraag, terwijl gesteld nog gebleken is dat dit haar, zo zij al als belanghebbende is aan te merken, redelijkerwijs niet kan worden verweten, heeft de rechtbank haar beroep ten onrechte niet op grond van art. 6:13 Awb niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van appellante sub 1 heeft de rechtbank terecht overwogen dat zij haar bezwaar onredelijk laat heeft ingediend, zodat dit daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Afdeling voegt hieraan ambtshalve het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.