AB 2005, 168
Burgemeestersmandaat voor beslissen op bezwaar tegen collegebesluit; ongeoorloofd mandaat, hoewel geen sprake is van ondergeschiktheidsverhouding.
RvS 05-01-2005, ECLI:NL:RVS:2005:AR8743, m.nt. H.E. Bröring
- Instantie
Raad van State
- Datum
5 januari 2005
- Magistraten
Mrs Konijnenbelt, Hennekens, Wiebenga
- Zaaknummer
200400393/1
- Noot
H.E. Bröring
- LJN
AR8743
- JCDI
JCDI:ADS867303:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2005:AR8743, Uitspraak, Raad van State, 05‑01‑2005
- Wetingang
Awb art. 7:11; Awb art. 10:3 lid 1; Gemw art. 168
Essentie
Burgemeestersmandaat voor beslissen op bezwaar tegen collegebesluit; ongeoorloofd mandaat, hoewel geen sprake is van ondergeschiktheidsverhouding.
Samenvatting
Het is naar vaste jurisprudentie ontoelaatbaar dat de beslissing op een bezwaar dat zich richt tegen een door een bestuursorgaan zelf genomen besluit, krachtens mandaat wordt genomen door een aan dat bestuursorgaan ondergeschikte ambtenaar, of dat op een bezwaar wordt beslist door een ambtenaar die ondergeschikt is aan de ambtenaar die het in bezwaar bestreden besluit heeft genomen. Om soortgelijke redenen is het naar het oordeel van de Afdeling ontoelaatbaar — ook al gaat het hier niet om een ondergeschiktheidsverhouding — dat een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.