AB 2005, 75
Relativering grondenfuik in eerste aanleg.
RvS 12-01-2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS2145, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven
- Instantie
Raad van State
- Datum
12 januari 2005
- Magistraten
Mr. Hammerstein-Schoonderwoerd, drs. Borstlap, mr. van Wijmen
- Zaaknummer
200400518/1
- Noot
R.J.G.M. Widdershoven
- LJN
AS2145
- JCDI
JCDI:ADS867256:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2005:AS2145, Uitspraak, Raad van State, 12‑01‑2005
- Wetingang
Awb art. 6:13
Essentie
Relativering grondenfuik in eerste aanleg.
Samenvatting
Het standpunt van de vergunninghoudster dat het beroep niet-ontvankelijk is voor zover het de gronden betreft die niet reeds in bezwaar zijn aangevoerd, vindt geen steun in het recht, in het bijzonder in art. 6:13 Awb. Ook overigens vloeit niet uit de wet of uit enig rechtsbeginsel voort dat gronden die niet expliciet in bezwaar zijn aangevoerd, vanwege die enkele omstandigheid buiten de inhoudelijke beoordeling van het beroep zouden moeten blijven. Nu in dit geval de betrokken beroepsgronden direct verband houden met hetgeen appellante in bezwaar heeft aangevoerd, is er geen reden waarom de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.