AB 2005, 181
Ernstige schending van eisen van goede procesorde en fundamentele rechtsbeginselen; doorbreking appèlverbod; hoger beroep door bestuursorgaan van uitspraak voorzieningenrechter gegrond.
RvS 11-02-2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT0655, m.nt. B.W.N. de Waard (Niet gevraagde voorlopige voorziening)
- Instantie
Raad van State
- Datum
11 februari 2005
- Magistraten
Mrs. Lubberdink, Van Wagtendonk, Claessens
- Zaaknummer
200409153/1
- Noot
B.W.N. de Waard
- LJN
AT0655
- Roepnaam
Niet gevraagde voorlopige voorziening
- JCDI
JCDI:ADS867392:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Bestuursrecht algemeen (V)
Vreemdelingenrecht (V)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2005:AT0655, Uitspraak, Raad van State, 11‑02‑2005
- Wetingang
Awb art. 8:84 lid 2; Awb art. 8:87; Wet RvS art. 37 lid 2; Vreemdelingenwet 2000 art. 67 lid 3; EVRM art. 3; EVRM art. 6
Essentie
Ernstige schending van eisen van goede procesorde en fundamentele rechtsbeginselen; doorbreking appèlverbod; hoger beroep door bestuursorgaan van uitspraak voorzieningenrechter gegrond.
Samenvatting
Door bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 14 september 2004 te schorsen, heeft de voorzieningenrechter uit eigener beweging een voorziening van een geheel andere aard dan door de vreemdeling verzocht getroffen. Uit het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting bij de voorzieningenrechter, noch uit de aangevallen uitspraak, kan worden afgeleid dat de voorzieningenrechter dit ter zitting of anderszins aan de orde heeft gesteld, noch dat hij partijen de gelegenheid heeft geboden zich ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.