AB 2006, 67
Verweerder kan art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn niet ambtshalve rechtstreeks tegenover appellant inroepen als grond om een vergunning te weigeren. [Boxtel]
RvS 07-12-2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU7583, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven
- Instantie
Raad van State
- Datum
7 december 2005
- Magistraten
Mrs. van Kreveld, Schaafsma en Van Diepenbeek
- Zaaknummer
200501164/1.
- Noot
R.J.G.M. Widdershoven
- LJN
AU7583
- JCDI
JCDI:ADS867231:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2005:AU7583, Uitspraak, Raad van State, 07‑12‑2005
- Wetingang
EG-Richtlijn nr. 92/43 art. 6 lid 3; IPPC-richtlijn; Wet Ammoniak en Veehouderij art. 3; Wet Ammoniak en Veehouderij art. 6; WMb art. 8.4 lid 1
Essentie
Verweerder kan art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn niet ambtshalve rechtstreeks tegenover appellant inroepen als grond om een vergunning te weigeren. [Boxtel]
Samenvatting
Weigering revisievergunning voor varkens- en rundveehouderij omdat art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn aan vergunningverlening in de weg staat.
Naar het oordeel van de Afdeling bood het stelsel van de Wet Ammoniak en Veehouderij (WAVH) geen ruimte de gevraagde vergunning te weigeren, nu geen van de tot de veehouderij behorende dierenbedrijven is gelegen in een kwetsbaar gebied, dan wel in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.