M en R 2006, 19
Artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn kan door het bevoegd gezag niet rechtstreeks tegenover appellant worden inroepen als grond om de gevraagde vergunning te weigeren
RvS 07-12-2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU7583, m.nt. J.H. Jans
- Instantie
Raad van State
- Datum
7 december 2005
- Magistraten
Van Kreveld, Schaafsma, Van Diepenbeek
- Zaaknummer
200501164/1.
- Noot
J.H. Jans
- LJN
AU7583
- JCDI
JCDI:ADS879709:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2005:AU7583, Uitspraak, Raad van State, 07‑12‑2005
- Wetingang
WBB art. 8.4 lid 1; EG-Richtlijn nr. 92/43 art. 6 lid 3; Wet ammoniak en veehouderij art. 3; Wet ammoniak en veehouderij art. 6
Essentie
Artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn kan door het bevoegd gezag niet rechtstreeks tegenover appellant worden inroepen als grond om de gevraagde vergunning te weigeren
Samenvatting
Beroep (van de aanvrager) tegen een direct op de Habitatrichtlijn gebaseerde weigering een milieuvergunning te verlenen voor een varkens- en rundveehouderijhouderij. De weigering was ingegeven door de toename van de ammoniakdepositie op een ‘Habitatrichtlijngebied’. De Wav bepaalt dat het bevoegd gezag bij beslissingen inzake de milieuvergunning voor de oprichting of verandering van een veehouderij de gevolgen van ammoniakemissie uit de tot de veehouderij behorende dierverblijven uitsluitend bepaalt op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.