AB 2006, 379
De voor het beëindigingsbesluit relevante feiten en belangen betreffende de subsidieontvanger waren bij de subsidiënt vanwege de reeds 30 jaar durende subsidierelatie genoegzaam bekend; geen hoorplicht op grond van art. 4:8 Awb.
RvS 08-03-2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV3850, m.nt. W. den Ouden
- Instantie
Raad van State
- Datum
8 maart 2006
- Zaaknummer
200504683/1
- Noot
W. den Ouden
- LJN
AV3850
- JCDI
JCDI:ADS867524:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Voorbereiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2006:AV3850, Uitspraak, Raad van State, 08‑03‑2006
- Wetingang
Essentie
De voor het beëindigingsbesluit relevante feiten en belangen betreffende de subsidieontvanger waren bij de subsidiënt vanwege de reeds 30 jaar durende subsidierelatie genoegzaam bekend; geen hoorplicht op grond van art. 4:8 Awb.
Samenvatting
Appellante betoogt dat de hoorplicht van art. 4:8 Awb is geschonden, nu zij niet is gehoord voorafgaand aan het geven van de voor haar ongunstige beschikking, en dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de schending van art. 4:8 Awb in dit geval kon worden gepasseerd omdat het gebrek in de bezwaarfase is geheeld.
Dit betoog slaagt niet. Zoals ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.