M en R 2006, 58
Doorwerking m.e.r.: mitigerende maatregelen in bestemmingsplan
RvS 22-03-2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV6291, m.nt. K.D. Jesse
- Instantie
Raad van State
- Datum
22 maart 2006
- Magistraten
Van Buuren, Parkins-de Vin, Van Ettekoven
- Zaaknummer
200502510/1
- Noot
K.D. Jesse
- LJN
AV6291
- JCDI
JCDI:ADS699656:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2006:AV6291, Uitspraak, Raad van State, 22‑03‑2006
- Wetingang
Essentie
Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan bestonden voor bestemmingsplannen waarop de m.e.r.-richtlijn van toepassing is geen wettelijke bepalingen die uitdrukkelijk waren bedoeld ter implementatie van art. 8 van de richtlijn. De bewoordingen van art. 10 WRO staan echter niet in de weg aan een uitleg van dit artikel die recht doet aan de betekenis van art. 8 van de richtlijn. Art. 10 WRO biedt in een geval als het onderhavige de mogelijkheid ten minste een deel van de in rechtsoverweging 2.17.6 genoemde maatregelen die niet dwingendrechtelijk in het plan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.