AB 2006, 338
Geen nieuwe EVRM-grond in hoger beroep.
RvS 12-07-2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY3667, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven
- Instantie
Raad van State
- Datum
12 juli 2006
- Zaaknummer
200502100/1
- Noot
R.J.G.M. Widdershoven
- LJN
AY3667
- JCDI
JCDI:ADS867466:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
Ruimtelijk bestuursrecht / Procedure bestemmingsplan
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2006:AY3667, Uitspraak, Raad van State, 12‑07‑2006
- Wetingang
Awb art. 8:69 lid 2; WRO art. 19; EVRM art. 8; EVRM 1e Protocol art. 1
Essentie
Geen nieuwe EVRM-grond in hoger beroep.
Samenvatting
Appellant betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college door hem alsnog een ligplaatsenvergunning te weigeren, in strijd heeft gehandeld met art. 8 EVRM en art. 1 EP.
Ingevolge art. 8:69 lid 2 Awb vult de rechtbank ambtshalve de rechtsgronden aan. Appellant heeft feitelijke omstandigheden rond zijn privacy en zijn gezinsleven niet aan de orde gesteld in het geding voor de rechtbank. Derhalve waren zulke omstandigheden daar geen onderwerp van geschil en was er geen feitelijke grondslag voor de rechtbank om op basis daarvan met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.