M en R 2007, 105
Twee uitspraken waarin ‘onderdeel van een besluit’ wordt uitgelegd; geen onderdeel van een besluit (milieuvergunning)
RvS 16-05-2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA5204, m.nt. V.M.Y. van 't Lam
- Instantie
Raad van State
- Datum
16 mei 2007
- Magistraten
Oosting, Hennekens en Sorgdrager
- Zaaknummer
200604994/1
- Noot
V.M.Y. van 't Lam
- LJN
BA5204
- JCDI
JCDI:ADS880277:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2007:BA5204, Uitspraak, Raad van State, 16‑05‑2007
- Wetingang
Awb artikel 6:13
Essentie
Uit artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht vloeit voort dat een belanghebbende geen beroep kan instellen tegen onderdelen van een besluit waarover hij geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij het niet naar voren brengen van een zienswijze hem redelijkerwijs niet kan worden verweten. Bij besluiten inzake een milieuvergunning worden de beslissingen over de aanvaardbaarheid van verschillende categorieën milieugevolgen als onderdelen van een besluit in vorenbedoelde zin aangemerkt (uitspraak van 1 november 2006, in zaak no. 200602308/1, AB 2007, 95). Nu de beroepsgronden inzake de verschillende gehanteerde benamingen voor de vergunning, de onduidelijkheid hoeveel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.