M en R 2009, 10
Eén geval kan bestaan uit ernstige en niet ernstige verontreiniging; productieproces niet beperkt uitleggen; zeggenschap doorslaggevend voor organisatorische samenhang
RvS 05-11-2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG3424, m.nt. J.H.G. van den Broek
- Instantie
Raad van State
- Datum
5 november 2008
- Magistraten
Oosting, Borstlap, Sorgdrager
- Zaaknummer
200707741/1
- Noot
J.H.G. van den Broek
- LJN
BG3424
- JCDI
JCDI:ADS880438:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2008:BG3424, Uitspraak, Raad van State, 05‑11‑2008
- Wetingang
WBB art. 1
Essentie
De in art. 1 Wbb gegeven definitie van geval van verontreiniging biedt geen steun voor het standpunt dat uitsluitend grondgebieden die ernstig verontreinigd zijn samen één geval van verontreiniging kunnen vormen. Vereist is slechts dat er grondgebieden met een (dreigende) bodemverontreiniging zijn die in technische, organisatorische en ruimtelijke zin met elkaar samenhangen. Pas nadat aldus het geval van bodemverontreiniging is afgebakend, is de vraag aan de orde of dit geval moet worden aangemerkt als een ernstig geval van bodemverontreiniging. Voor technische samenhang moet de term ‘productieproces’ niet zo beperkt worden uitgelegd, dat dit slechts iedere specifieke bodemverontreinigende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.