AB 1994, 555
CBb, 18-12-1991, nr. 90/2318/060/198
CBb 18-12-1991, ECLI:NL:CBB:1991:ZG1486
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
18 december 1991
- Magistraten
Kiewiet, Roemers, Lourens
- Zaaknummer
90/2318/060/198
- LJN
ZG1486
- JCDI
JCDI:ADS868639:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:1991:ZG1486, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18‑12‑1991
- Wetingang
Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie art. 4 lid 4; Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie art. 5; Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie art. 60; Landbouwwet art. 46; EG-Verdrag art. 215; BS SLOM-cessionarissen; Verordening (EG) 857/84
Essentie
Superheffing; weigering referentiehoeveelheid; bedrijfsopvolging krachtens erfrecht SLOM-deelnemer; gelijkstelling; schadevergoeding (omvang; hoofdlijnen); aansprakelijkheid EEG (onwettige gemeenschapsregeling).
Samenvatting
Het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende standpunt dat onder de producent die een SLOM-overeenkomst is aangegaan, niet mede is te begrijpen de bedrijfsopvolger die het bedrijf heeft overgenomen krachtens erfrecht, berust blijkens het arrest van het HvJEG van 21 maart 1991, zaak C-314/89 (Rauh), op een onjuiste interpretatie van art. 3 bis Vo. (EEG) nr. 857/84.
Ten tijde van het bestreden besluit was het de minister bekend dat de vragen die later in dit arrest zijn beantwoord, aan het Hof waren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.