AB 1994, 529
CBb, 06-04-1994, nr. 92/2087/079/194
CBb 06-04-1994, ECLI:NL:CBB:1994:ZG1229, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
6 april 1994
- Magistraten
Tjin, Verwayen, Lourens
- Zaaknummer
92/2087/079/194
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
ZG1229
- JCDI
JCDI:ADS868880:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:1994:ZG1229, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 06‑04‑1994
- Wetingang
Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie art. 4 lid 4; Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie art. 5 onder a; Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie art. 58; Wet op de architectentitel art. 17; Wet op de architectentitel art. 21; Wet op de architectentitel art. 28
Essentie
Architectenregister; overgangsregime; doorhaling inschrijving als interieurarchitect; aanwijzing ter inschrijving ten onrechte?; verdeling bevoegdheden ‘bureau’ en toelatingscommissie.
Samenvatting
Onvoldoende zekerheid dat de toelatingscommissie aan verzoeker op betrouwbare gronden een aanwijzing ter inschrijving heeft afgegeven, levert niet de in art. 17 eerste lid onder a Wet op de architectentitel genoemde doorhalingsgrond op.
De inschrijving in het register (door het ‘bureau’) moet wel worden onderscheiden van de aanwijzing ter inschrijving (door de toelatingscommissie).
De toelatingscommissie heeft wel doen weten dat zij de aanwijzing ter inschrijving heeft afgegeven op naderhand onjuist gebleken gegevens, doch zij heeft de aanwijzing niet ingetrokken. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.