AB 1994, 517
CBb, 11-05-1994, nr. 93/0821/060/208
CBb 11-05-1994, ECLI:NL:CBB:1994:ZG1029, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
11 mei 1994
- Magistraten
Van Wagtendonk, Meij, Kuiper
- Zaaknummer
93/0821/060/208
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
ZG1029
- JCDI
JCDI:ADS641639:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Agrarisch recht (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:1994:ZG1029, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11‑05‑1994
- Wetingang
Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie art. 4 lid 4; Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie art. 5 onder d; Awb art. 8:75; Verordening (EG) 1200/90; Verordening (EG) 2604/90; Uitvoeringsregeling EG-rooipremie appelbomen 1990; Landbouwwet art. 46
Essentie
Weigering rooipremie appelbomen; niet tijdige melding gedeeltelijke overdracht boomgaard; niet tijdige uitvoering rooiwerkzaamheden; geen grondslag in Vo. (EEG); motivering.
Samenvatting
1
Art. 9 eerste lid Uitvoeringsregeling EEG-rooipremie appelbomen 1990 vindt, voor zover deze bepaling meebrengt dat de aanspraak op rooipremie vervalt wegens een overschrijding van een nationaalrechtelijke termijn voor mededeling van overdracht als i.c., geen grond in de raads- en de commissieverordening (EEG).
2
Deze verordeningen bieden evenmin grond voor art. 9 eerste lid van de uitvoeringsregeling, voor zover deze bepaling meebrengt dat de aanspraak op rooipremie vervalt door het enkele feit dat de rooiwerkzaamheden niet zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.