AB 1995, 523
CBb, 17-05-1995, nr. 94/1534/060/013
CBb 17-05-1995, ECLI:NL:CBB:1995:ZG0596, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
17 mei 1995
- Magistraten
Meij, Pieters, Wolters
- Zaaknummer
94/1534/060/013
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
ZG0596
- JCDI
JCDI:ADS868678:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
EU-recht (V)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:1995:ZG0596, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17‑05‑1995
- Wetingang
Wet Bestuursrechtspraak Bedrijfsorganisatie art. 18 lid 3; AWB art. 4:5; AWB art. 8:75; Landbouwwet art. 46; EG-Verord. nr. 1765/92; EG-Verord. nr. 3508/92; Besch. steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992 art. 6; Besch. steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992 art. 30; Besch. steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992 art. 30b
Essentie
Niet-ontvankelijkverklaring in aanvraag steun akkerbouwgewassen; onvolledige aanvraag; verzuimherstel; motivering buiten behandeling laten.
Samenvatting
Het feit dat de op 10 mei 1993 door appellante ingediende ‘aanvraag oppervlakten’ door de DBH als onvolledig werd aangemerkt en in haar geheel teruggezonden, leidt niet tot het oordeel dat op die datum geen aanvraag is ingediend. Bij de beoordeling van de vraag of een voor behandeling vatbare aanvraag is ingediend, moet, bij gebreke van andersluidende communautaire voorschriften op dit punt, overeenkomstig hetgeen thans daaromtrent in art. 4:5 Awb is bepaald, in beginsel ook een onvolledige aanvraag als een aanvraag worden aangemerkt. Dit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.