AB 1997, 339
Aanwezigheidsvergunningen speelautomaten; nieuw beleid en raadsverordening met overgangsregeling; hoogdrempelige en laagdrempelige horeca-inrichtingen; weigering vergunning kansspelautomaten; verbindendheid verordening; evenredigheidsbeginsel; vooringenomenheid; zorgvuldigheid; nadere regels: richtlijnen?
CBb 12-06-1997, ECLI:NL:CBB:1997:ZG0508, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
12 juni 1997
- Magistraten
Van Wagtendonk, Pieters, Lourens
- Zaaknummer
95/1384/068/203
95/1386-1392/068/203
95/1394-1399/068/203
95/1491/068/203
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
ZG0508
- JCDI
JCDI:ADS868733:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:1997:ZG0508, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12‑06‑1997
- Wetingang
Wet Bestuursrechtspraak Bedrijfsorganisatie art. 18 lid 3; AWB art. 2:4; AWB art. 3:2; AWB art. 3:4 lid 1; Wet Kansspelen art. 30d lid 1; Wet Kansspelen art. 30v; Gem.w art. 148
Essentie
Aanwezigheidsvergunningen speelautomaten; nieuw beleid en raadsverordening met overgangsregeling; hoogdrempelige en laagdrempelige horeca-inrichtingen; weigering vergunning kansspelautomaten; verbindendheid verordening; evenredigheidsbeginsel; vooringenomenheid; zorgvuldigheid; nadere regels: richtlijnen? [Gem. Leiden]
Samenvatting
1
De gemeenteraad behoefde niet de preciese omvang — in de Leidse situatie — van de effecten van ongewijzigd beleid te kennen om op grond van de beschikbare onderzoeken en gegevens te kunnen concluderen dat van een reductie van de mogelijkheden om in Leiden op kansspelautomaten te spelen een terugdringing van de in zijn ogen ongewenste bijverschijnselen zou zijn te verwachten. Geen strijd met art. 3:2 Awb.
In de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.