AB 1999, 364
Weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat; laagdrempelige inrichting?; na hoorzitting in bezwaarschriftprocedure nader onderzoek; geen gelegenheid aan appellanten tot reactie
CBb 03-06-1999, ECLI:NL:CBB:1999:AN6082, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
3 juni 1999
- Magistraten
Lubberdink
- Zaaknummer
AWB98/212
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
AN6082
- JCDI
JCDI:ADS869012:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:1999:AN6082, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03‑06‑1999
- Wetingang
Wet Bestuursrechtspraak Bedrijfsorganisatie art. 18 lid 3; Wet Kansspelen art. 30b; Wet Kansspelen art. 30d; Wet Kansspelen art. 30v; AWB art. 7:9
Essentie
Weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat; laagdrempelige inrichting?; na hoorzitting in bezwaarschriftprocedure nader onderzoek; geen gelegenheid aan appellanten tot reactie. [Gem. Almere]
Samenvatting
Er kan geen twijfel over bestaan dat de resultaten van het — in het advies van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften van 24 december 1997 aanbevolen — (nader) onderzoek ter plaatse op 27 januari 1998 als feiten en omstandigheden als bedoeld in art. 7:9 Awb moeten worden aangemerkt.
Nu appellanten niet in de gelegenheid zijn gesteld hierover te worden gehoord, moet de conclusie zijn dat het bestreden besluit in strijd met art. 7:9 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.