AB 2002, 328
Weigering vrijstelling heffingen bedrijfschap (basisheffing en bestemmingsheffing); primaire besluiten voorzitter krachtens mandaat; bevoegdheid voorzitter na bezwaar?; wenselijkheid ‘te meer’ van nieuwe beslissingen op bezwaren.
CBb 26-07-2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE6359
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
26 juli 2002
- Magistraten
Wolters, Kuiper, du Marchie Sarvaas
- Zaaknummer
AWB01/813
AWB01/823
- LJN
AE6359
- JCDI
JCDI:ADS61462:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2002:AE6359, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26‑07‑2002
- Wetingang
Wet Bestuursrechtspraak Bedrijfsorganisatie art. 18 lid 1; Wet BO art. 95; Wet BO art. 126; AWB art. 7:1; AWB art. 10:3 lid 3
Essentie
Weigering vrijstelling heffingen bedrijfschap (basisheffing en bestemmingsheffing); primaire besluiten voorzitter krachtens mandaat; bevoegdheid voorzitter na bezwaar?; wenselijkheid ‘te meer’ van nieuwe beslissingen op bezwaren.
Samenvatting
In art. 5 aanhef en onder b van de heffingsverordeningen is de voorzitter mandaat verleend om namens het bestuur op verzoeken om vrijstelling te beslissen. Ondanks de bewoordingen en de ondertekening ervan op eigen naam, moet het er voor worden gehouden dat de primaire besluiten door hem in mandaat zijn genomen.
De voorzitter heeft eveneens beslist op de bezwaarschriften daartegen. Hij heeft desgevraagd niet kunnen aangeven en niet valt in te zien waaraan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.