AB 2003, 225
Dienstregeling openbaar vervoer; overgangsrecht; buslijnen HTM; geldigheidsduur dienstregeling verstreken; schade aan huizen; procesbelang; heroverweging na — ontvankelijk — bezwaar; motivering; geen wijziging eerdere dienstregeling; inspraak; zelf in de zaak voorzien?
CBb 29-01-2003, ECLI:NL:CBB:2003:AF4102, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
29 januari 2003
- Magistraten
Roemers, Doolaard, Van Wagtendonk
- Zaaknummer
AWB01/870
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
AF4102
- JCDI
JCDI:ADS868874:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2003:AF4102, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29‑01‑2003
- Wetingang
Wbbo art. 18 lid 3; WPV 2000 art. 105; WPV 2000 art. 118; WPV 2000 art. 127; Wet Personenvervoer art. 4; Awb art. 7:11 lid 1; Awb art. 7:12 lid 1
Essentie
Dienstregeling openbaar vervoer; overgangsrecht; buslijnen HTM; geldigheidsduur dienstregeling verstreken; schade aan huizen; procesbelang; heroverweging na — ontvankelijk — bezwaar; motivering; geen wijziging eerdere dienstregeling; inspraak; zelf in de zaak voorzien?
Samenvatting
De geldigheidsduur van de dienstregeling is verstreken. Nu appellanten (ook) in beroep hebben gesteld dat de bussen van de lijnen 18, 28 en 29 schade hebben veroorzaakt aan hun huizen, hebben zij toch nog belang bij een beoordelng van het beroep.
Aan de ongegrondverklaring van de bezwaren ligt ten grondslag dat de dienstregeling openbaar vervoer 2001–2002 te dezen geen wijziging behelst van de — niet door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.