AB 2003, 363
Ondertoezichtplaatsing varkens op ‘gemengd’ bedrijf en afwijzing opheffing ondertoezichtplaatsing: verboden stof via voer; implementatie Richtlijn 96/22/EG; bevoegdheid minister; ‘bewijs’; foutief bliknummer; contra-expertise; monsterneming: doden dieren; vernietiging gedode dieren; schadevergoeding; horen na bezwaar.
CBb 24-06-2003, ECLI:NL:CBB:2003:AI0088, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
24 juni 2003
- Magistraten
Verwayen, Hagen, Fierstra
- Zaaknummer
AWB03/177
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
AI0088
- JCDI
JCDI:ADS868872:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Bijzondere onderwerpen
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Materieel strafrecht / Sancties
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Bestuursrecht algemeen / Toezicht
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2003:AI0088, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24‑06‑2003
- Wetingang
Wbbo art. 18 lid 3; Landbouwwet art. 13; Landbouwwet art. 19; Landbouwwet art. 46; Landbouwwet art. 48a lid 1; Richtlijn 96/22/EG art. 1; Richtlijn 96/22/EG art. 3; Richtlijn 96/22/EG art. 8; Richtlijn 96/23/EG art. 13, 15, 17, 23; Awb art. 3:4; Awb art. 5:11; Awb art. 5:18; Awb art. 7:5 lid 1 onder a; Awb art. 7:13; WED art. 18; WED art. 28; EVRM art. 6
Essentie
Ondertoezichtplaatsing varkens op ‘gemengd’ bedrijf en afwijzing opheffing ondertoezichtplaatsing: verboden stof via voer; implementatie Richtlijn 96/22/EG; bevoegdheid minister; ‘bewijs’; foutief bliknummer; contra-expertise; monsterneming: doden dieren; vernietiging gedode dieren; schadevergoeding; horen na bezwaar.
Samenvatting
Art. 19 Landbouwwet biedt de bevoegdheid om regels te stellen die mede betrekking hebben op de bescherming van de consument of van de volksgezondheid.
Er is geen plaats voor het oordeel dat de minister niet bevoegd geweest zou zijn de maatregel van ondertoezichtplaatsing te treffen.
Vast staat dat in casu sprake is van een situatie als bedoeld in art. 3 aanhef en onder a Richtlijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.