AB 2003, 469
Intrekking verklaring geen bezwaar oprichten besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid; impliciete afwijzing aanvraag; rechtsmacht CBB; wettelijke grondslag intrekking; geen onjuiste gegevens bij aanvraag; verdenking strafbare feiten; vrijspraak; motivering; verzoek schadevergoeding.
CBb 23-10-2003, ECLI:NL:CBB:2003:AN7049, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
23 oktober 2003
- Magistraten
Cusell, Borman, Aerts
- Zaaknummer
AWB02/1997
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
AN7049
- JCDI
JCDI:ADS868864:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2003:AN7049, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23‑10‑2003
- Wetingang
Wet Bestuursrechtspraak Bedrijfsorganisatie art. 18 lid 3; BW art. 2:179; BW art. 2:284a; AWB art. 7:12 lid 1; AWB art. 8:73 lid 1
Essentie
Intrekking verklaring geen bezwaar oprichten besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid; impliciete afwijzing aanvraag; rechtsmacht CBB; wettelijke grondslag intrekking; geen onjuiste gegevens bij aanvraag; verdenking strafbare feiten; vrijspraak; motivering; verzoek schadevergoeding.
Samenvatting
Het intrekkingsbesluit moet mede worden aangemerkt als een impliciete afwijzing van de aanvraag van appellante.
Tussen de intrekking van een verklaring van geen bezwaar (art. 2:179 BW) en het weigeren van een dergelijke verklaring bestaat een zodanig nauwe samenhang, dat concentratie van rechtsmacht wenselijk moet worden geacht.
Niet kan worden staande gehouden dat voor zulk een intrekking een uitdrukkelijke wettelijke grondslag is vereist. In elk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.