AB 2005, 317
Omkering bewijslast; (schijn van) belangenverstrengeling; deskundigheid; intrekking verklaring van geen bezwaar geen punitieve sanctie; richtlijn conforme interpretatie; geen prejudiciële vraag.
CBb 10-03-2005, ECLI:NL:CBB:2005:AS9905, m.nt. I.C. van der Vlies
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
10 maart 2005
- Magistraten
Mrs. Cusell, Van der Ham, Fierstra
- Zaaknummer
AWB02/1825
- Noot
I.C. van der Vlies
- LJN
AS9905
- JCDI
JCDI:ADS868840:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2005:AS9905, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10‑03‑2005
- Wetingang
Awb art. 3:4 lid 2; Awb art. 8:63 lid 2; Besluit toezicht effectenverkeer 1995 art. 10; Besluit toezicht effectenverkeer 1995 art. 11
Essentie
Omkering bewijslast; (schijn van) belangenverstrengeling; deskundigheid; intrekking verklaring van geen bezwaar geen punitieve sanctie; richtlijn conforme interpretatie; geen prejudiciële vraag.
Samenvatting
Het College overweegt dienaangaande dat door de gebreken in de ao/ic van IC niet kan worden vastgesteld of daadwerkelijk sprake is geweest van onjuiste toewijzingen van orders en evenmin of beleggers hierdoor zijn bevoordeeld of benadeeld. Naar het oordeel van het college hoefde AFM niet aan te tonen dat benadeling van beleggers heeft plaatsgevonden aangezien de onmogelijkheid hiertoe voor rekening en risico komt van X en Y, die als bestuurder van IC verantwoordelijk waren voor het voldoen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.