AB 2006, 81
Levensmiddelenbestuursrecht; bestuurlijke boete; evenredigheidsbeginsel; toetsing hoogte bestuurlijke boete; matiging.
CBb 05-04-2005, ECLI:NL:CBB:2005:AT5955, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
5 april 2005
- Magistraten
Mrs. Verwayen, Cusell, Van Kreveld
- Zaaknummer
AWB04/48
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen
- LJN
AT5955
- JCDI
JCDI:ADS868942:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2005:AT5955, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 05‑04‑2005
- Wetingang
Essentie
Levensmiddelenbestuursrecht; bestuurlijke boete; evenredigheidsbeginsel; toetsing hoogte bestuurlijke boete; matiging.
Samenvatting
De bevindingen in het boeterapport rechtvaardigen de conclusie dat appellant voorschriften op grond van de Warenwet heeft overtreden. Het college volgt de rechtbank in haar oordeel dat de minister in het voorliggende geval in redelijkheid heeft kunnen besluiten gebruik te maken van de hem gegeven bevoegdheid. Het college ziet geen grond voor het oordeel dat het bedrag van de boete ingevolge bijzondere omstandigheden op een lager bedrag zou moeten worden vastgesteld. Art. 6 EVRM brengt mee, dat de rechter dient te toetsen of de hoogte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.