AB 2006, 354
Levensmiddelenbestuursrecht; bestuurlijke boete; gelijkheidsbeginsel; evenredigheidsbeginsel; hoogte boete; recht op vertaling; waarschuwing.
CBb 21-02-2006, ECLI:NL:CBB:2006:AV3583, m.nt. O.J.D.M.L. Jansen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
21 februari 2006
- Zaaknummer
AWB05/305
- Noot
O.J.D.M.L. Jansen
- LJN
AV3583
- JCDI
JCDI:ADS61476:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2006:AV3583, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21‑02‑2006
- Wetingang
Awb art. 3:4 lid 2; Warenwet art. 32a; Warenwet art. 32f
Essentie
Levensmiddelenbestuursrecht; bestuurlijke boete; gelijkheidsbeginsel; evenredigheidsbeginsel; hoogte boete; recht op vertaling; waarschuwing.
Samenvatting
Het college is met de rechtbank van oordeel dat de minister bevoegd was ter zake van deze overtredingen een boete op te leggen. De boeteoplegging heeft plaatsgevonden overeenkomstig het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten. Het college stelt voorop dat de boetebedragen, afkomstig uit de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten, voor gedragingen als hier aan de orde op zichzelf en in hun algemeenheid niet onevenredig hoog zijn te noemen. Voor zover appellant betoogt dat de minister gebruik had moeten maken van zijn matigingsbevoegdheid, overweegt het college voorts — ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.