AB 2007, 22
Europese subsidie uit communautair initiatief; prejudiciële vragen over de rechtstreekse binding van justitiabelen aan commissiebeschikkingen gericht tot de lidstaten, ondanks gebrekkige uitvoering op nationaal niveau; terugvordering van de subsidie door de nationale autoriteiten bij de eindbegunstigde en de bescherming van het gewettigd vertrouwen en het rechtszekerheidsbeginsel.
CBb 16-03-2006, ECLI:NL:CBB:2006:AV7337, m.nt. W. den Ouden, H. Griffioen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
16 maart 2006
- Magistraten
Mrs. Aerts, De Moor-van Vugt, Kuiper
- Zaaknummer
AWB04/866
- Noot
W. den Ouden, H. Griffioen
- LJN
AV7337
- JCDI
JCDI:ADS868885:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2006:AV7337, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16‑03‑2006
- Wetingang
Essentie
Europese subsidie uit communautair initiatief; prejudiciële vragen over de rechtstreekse binding van justitiabelen aan commissiebeschikkingen gericht tot de lidstaten, ondanks gebrekkige uitvoering op nationaal niveau; terugvordering van de subsidie door de nationale autoriteiten bij de eindbegunstigde en de bescherming van het gewettigd vertrouwen en het rechtszekerheidsbeginsel.
Samenvatting
Naar Nederlands recht brengt het rechtszekerheidsbeginsel mee dat een subsidievoorwaarde die een belastend karakter heeft niet kan worden tegengeworpen aan de begunstigde van de subsidieverlening indien die voorwaarde niet vooraf kenbaar is gemaakt aan die begunstigde.
In het onderhavige geding is de vraag aan de orde of verweerder bepalingen van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.