AB 2007, 67
Prejudiciële vragen over de verplichting tot ambtshalve toetsing aan EG-recht onder art. 8:69 Awb en eventuele problemen die dit oplevert met het verbod op reformatio in peius.
CBb 09-11-2006, ECLI:NL:CBB:2006:AZ2235, m.nt. R. Ortlep, M.J.M. Verhoeven
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
9 november 2006
- Magistraten
Mrs. Cusell, Fierstra en Van Dorst-Tatomir
- Zaaknummer
AWB05/686
AWB05/687
- Noot
R. Ortlep, M.J.M. Verhoeven
- LJN
AZ2235
- JCDI
JCDI:ADS868907:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Milieurecht / Bodem
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2006:AZ2235, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 09‑11‑2006
- Wetingang
Awb art. 8:69; WBB art. 19 lid 1; EG-Verdrag art. 234; EG-Verord. nr. 615/98; EG-Verord. nr. 1254/1999; EG-Verord. nr. 800/1999; EG-Richtlijn nr. 91/328; Besl. dierenvervoer 1994
Essentie
Prejudiciële vragen over de verplichting tot ambtshalve toetsing aan EG-recht onder art. 8:69 Awb en eventuele problemen die dit oplevert met het verbod op reformatio in peius.
Samenvatting
Verplicht het gemeenschapsrecht tot ambtshalve toetsing — dat wil zeggen toetsing aan gronden die vallen buiten de grondslag van de geschillen — aan gronden die zijn ontleend aan verordening (EG) 1254/1999 en verordening (EG) 800/1999?
Brengt de effectieve toepassing van het gemeenschapsrecht met zich dat door de ambtshalve toetsing aan bepalingen van het gemeenschapsrecht het — in het Nederlandse bestuursprocesrecht verankerde — beginsel dat een indiener van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.