Prg. 1999, 5357
Bekrachtiging van vonnis waarbij loonvordering op grond van voortzetting arbeidsovereenkomst (in 1996) bij opvolgende werkgeefster werd afgewezen. Wèl toewijsbaar onder nieuw lid 5 van 7:667 BW, doch in casu oordeel volgens oude wetgeving: geen omstandigheden die wijzen op onoirbare bedoelingen ter ontwijking ontslagbescherming.
Rb. Zwolle 16-06-1999, ECLI:NL:RBZWO:1999:AI9953
- Instantie
Rechtbank Zwolle
- Datum
16 juni 1999
- Magistraten
M.H.S. Lebens-de Mug, J. van der Hulst, W. Foppen
- Zaaknummer
40831/HAZA98-927
- LJN
AI9953
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBZWO:1999:AI9953, Uitspraak, Rechtbank Zwolle, 16‑06‑1999
- Wetingang
BW art. 7:667
Essentie
Bekrachtiging van vonnis waarbij loonvordering op grond van voortzetting arbeidsovereenkomst (in 1996) bij opvolgende werkgeefster werd afgewezen. Wèl toewijsbaar onder nieuw lid 5 van 7:667 BW, doch in casu oordeel volgens oude wetgeving: geen omstandigheden die wijzen op onoirbare bedoelingen ter ontwijking ontslagbescherming.
Samenvatting
Appèl van (ex)werknemer tegen vonnis waarbij zijn loonvordering, welke was gebaseerd op voortzetting van zijn arbeidsovereenkomst bij een opvolgende werkgeefster, werd afgewezen. In appèl handhaaft werknemer de stelling dat sprake is van opvolging van werkgeefsters, nu beiden (A en B) behoorden tot dezelfde holding en hij, in dienst van A, via B destijds werd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.