RAR 2020/1
Slapend dienstverband. Handelt de werkgever in strijd met goed werkgeverschap indien een slapend dienstverband niet wordt beëindigd terwijl voortzetting geen doel dient en de werknemer een einde wenst?
HR 08-11-2019, ECLI:NL:HR:2019:1734
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 2019
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
19/01873
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS171195:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1734, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:899, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑09‑2019
- Wetingang
Art. 7:611, 7:673e BW; Wet compensatie transitievergoeding
Essentie
Goed werkgeverschap. Beëindigingsvergoeding. Slapend dienstverband.
Leent de in het arrest Stoof/Mammoet door de HR geformuleerde maatstaf zich voor ‘omgekeerde toepassing’? Is een werkgever op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) verplicht in te stemmen met een voorstel van de werknemer om een ‘slapend dienstverband’ te beëindigen onder toekenning van een vergoeding?
Samenvatting
De werknemer, in dienst bij Xella, is in januari 2016 arbeidsongeschikt geraakt. Vanaf 9 januari 2018 ontvangt hij een WIA-uitkering (IVA). Hij is 80-100% duurzaam arbeidsongeschikt. Er zijn geen mogelijkheden tot werkhervatting, en verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.