NJ 2004, 630:Indien de opdracht tot het keuren van een paard niet in de hoedanigheid van lasthebber van de eigenaar van het paard is gegeven, maar slechts een vorm van incidenteel dienstbetoon was in het kader van bemiddelingswerkzaamheden, kan art. 7:419 BW geen grondslag vormen voor de door de eigenaar van het paard geleden schade als gevolg van een toerekenbare tekortkoming door de ‘derde’ (keuringsarts).