NJ 2004, 630
Indien de opdracht tot het keuren van een paard niet in de hoedanigheid van lasthebber van de eigenaar van het paard is gegeven, maar slechts een vorm van incidenteel dienstbetoon was in het kader van bemiddelingswerkzaamheden, kan art. 7:419 BW geen grondslag vormen voor de door de eigenaar van het paard geleden schade als gevolg van een toerekenbare tekortkoming door de ‘derde’ (keuringsarts).
Hof Arnhem 16-09-2003, ECLI:NL:GHARN:2003:AR6333
- Instantie
Hof Arnhem
- Datum
16 september 2003
- Magistraten
Mrs. Makkink, Rijken, Tjittes
- Zaaknummer
2002/476
- LJN
AR6333
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARN:2003:AR6333, Uitspraak, Hof Arnhem, 16‑09‑2003
- Wetingang
BW art. 7:414; BW art. 7:419; BW art. 7:425
Essentie
Indien de opdracht tot het keuren van een paard niet in de hoedanigheid van lasthebber van de eigenaar van het paard is gegeven, maar slechts een vorm van incidenteel dienstbetoon was in het kader van bemiddelingswerkzaamheden, kan art. 7:419 BW geen grondslag vormen voor de door de eigenaar van het paard geleden schade als gevolg van een toerekenbare tekortkoming door de ‘derde’ (keuringsarts).
Partij(en)
Henk Buitenhuis, te Holten, gemeente Rijssen, appellant, proc. mr. R.J. Sturkenboom,
tegen
Gerard Adriaan Berghuis, te Vroomshoop, gemeente Vriezenveen, geïntimeerde, proc. mr. F.J. Boom.
Uitspraak
(Post alia:)