JAR 2006, 45
Matiging. Wanneer is er aanleiding een loonvordering na een (onterecht) ontslag op staande voet te matigen?
Hof Arnhem 03-01-2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AU9493
- Instantie
Hof Arnhem
- Datum
3 januari 2006
- Magistraten
Mrs. P.L.R. Wefers Bettink, C.G. ter Veer en L. Groefsema
- Zaaknummer
2002/00861
- LJN
AU9493
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARN:2006:AU9493, Uitspraak, Hof Arnhem, 03‑01‑2006
- Wetingang
BW art. 7:680a
Essentie
Onder welke omstandigheden kan voor matiging van een loonvordering na een (onterecht) ontslag op staande voet aanleiding zijn?
Samenvatting
Werknemer is, naar achteraf bleek ten onrechte, op staande voet ontslagen bij ABN AMRO. Hij vordert doorbetaling van loon tot ‘heden’ (enkele jaren na ontslag). Op grond van een comparitie waarin werd vermeld dat werknemer tijdelijk werk voor een schoonmaakbedrijf heeft gedaan, heeft het hof in een tussenarrest geoordeeld, dat voor matiging van de loonvordering geen aanleiding was. De feitelijke grondslag van die beslissing bleek onjuist, en deze onjuistheid was te wijten aan het feit dat de werknemer had verzwegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.