Inhoudsopgave
NJFS 2005, 38:Hof 's-Gravenhage, 12-09-2005, nr. 09-757669-03, nr. 22-007612-04
NJFS 2005, 38
Hof 's-Gravenhage, 12-09-2005, nr. 09-757669-03, nr. 22-007612-04
Documentgegevens:
Hof 's-Gravenhage 12-09-2005, ECLI:NL:GHSGR:2005:AU2469
- Instantie
Hof 's-Gravenhage
- Datum
12 september 2005
- Magistraten
Mrs. R.J. van Boven, De Groot, C.M. le Clercq-Meijer
- Zaaknummer
09-757669-03
22-007612-04
- LJN
AU2469
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSGR:2005:AU2469, Uitspraak, Hof 's-Gravenhage, 12‑09‑2005
- Wetingang
Samenvatting
De strafverminderingsgrond van art. 290 en 291 Sr is gelegen in de bijzondere gemoedstoestand, die uit zijn aard slechts bij de moeder kan bestaan en die een uitsluitend haar persoonlijk betreffende omstandigheid betreft. Deze wettelijke strafverminderingsgrond staat – ook bezien in relatie tot het non-discirminatiegebod van art. 14 EVRM - niet in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.