V-N Vandaag 2025/1443
Taakstraf en boete voor interim-manager na BTW-fraude
HR 01-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1010
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 juli 2025
- Zaaknummer
22/03686
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Omzetbelasting / Algemeen
Strafprocesrecht / Voorfase
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
Fiscaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1010, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:443, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
De strafkamer van de Hoge Raad oordeelt dat het nemo tenetur-beginsel niet is geschonden, omdat uit de vaststellingen van het hof volgt dat het onderzoek al was begonnen na de BTW-nihilaangiften en dat onderzoek nog liep ten tijde van de suppletieaangiften.
Samenvatting
X is interim-manager van een BV die structureel verlies maakt. De BV doet voor de tijdvakken februari 2015 tot en met juni 2016 meerdere onjuiste en onvolledige BTW-aangiften, waaronder twee nihilaangiften. Niet in geschil is dat de BTW-aangiften werden gedaan op basis van beschikbare liquiditeit in plaats van werkelijke omzetten. Rechtbank Amsterdam spreekt X vrij. In ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.