Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/2.1
2.1 INLEIDING
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS444932:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In sommige boeken wordt het Verdrag van Parijs (www.whc.unesco.org) ook in dit rijtje geschaard. Het is namelijk ook mogelijk om gebieden als werelderfgoed aan te wijzen. Er zijn echter geen concrete juridische verplichtingen verbonden aan de aanmelding en plaatsing van een gebied op de werelderfgoedlijst. Wel staat plaatsing van een gebied op deze lijst garant voor veel publiciteit en een zekere mate van bescherming. In de Nederland heeft het Natura 2000-gebied de Waddenzee een ‘werelderfgoedstatus’.
De verordeningen, richtlijnen en documenten van voor het Verdrag van Lissabon (te weten 1 december 2009) worden in dit proefschrift consequent aangeduid met de afkorting EG. Bij verordeningen, richtlijnen en documenten van nadien van nadien wordt consequent de afkorting EU gehanteerd.
In dit hoofdstuk wordt de juridische grondslag voor de bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden belicht. Dit gebeurt door middel van een analyse van de belangrijkste (inter)nationale gebiedsbeschermende instrumenten. Vanwege de probleemstelling en de reikwijdte van dit promotieonderzoek worden de soortbeschermende bepalingen in de relevante verdragen, richtlijnen en wetten buiten beschouwing gelaten.
Paragraaf 2.2 bevat een analyse van de belangrijkste internationale natuurbeschermingsverdragen, te weten de verdragen van Bern, Ramsar en Bonn.1 De verdragen van Bern en Bonn zijn bepalend voor de inhoud van de huidige EU Vogelrichtlijn (hierna: Vrl) en Habitatrichtlijn (hierna: Hrl).2 De bespreking van genoemde verdragen wordt voorafgegaan door enige inleidende opmerkingen met betrekking tot de doorwerking van internationale verdragen in de Nederlandse rechtsorde.
In paragraaf 2.3 wordt stilgestaan bij de Vrl en de Hrl. De totstandkoming, de structuur, de uitleg en de toepassing van de relevante gebiedsbeschermende bepalingen worden beschreven; waar nodig wordt daarbij gebruik gemaakt van de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. De bespreking van deze Europese milieurichtlijnen wordt voorafgegaan door een analyse − op hoofdlijnen − van het instrument richtlijnen en de wijze waarop richtlijnen moeten worden omgezet in de rechtsorde van de Lidstaten.
Paragraaf 2.4 bevat een analyse van de wijze waarop de verplichtingen uit de Vrl en de Hrl zijn geïmplementeerd in de Nederlandse rechtsorde. Deze paragraaf vangt aan met een beschrijving van de wetsgeschiedenis van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en Faunawet. Genoemde wetten vormen het wettelijk kader voor de bescherming van kwalificerende habitats en soorten in de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De belangrijkste gebiedsbeschermende bepalingen worden op een rij gezet en geanalyseerd. Thans bestaan er concrete plannen om de huidige Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en de Boswet samen te voegen in de Wet natuurbescherming. Voor zover relevant voor dit onderzoek worden de mogelijke consequenties van de voorgenomen wetswijziging geanalyseerd in hoofdstukken 3 en 4.