Glossen en grondslagen
Einde inhoudsopgave
Glossen en grondslagen 2026/23.2:23.2 Het toetsingskader bij de toerekening
Glossen en grondslagen 2026/23.2
23.2 Het toetsingskader bij de toerekening
Documentgegevens:
M. Beukers, W. van Kordelaar, datum 16-03-2026
- Datum
16-03-2026
- Auteur
M. Beukers, W. van Kordelaar
- JCDI
JCDI:BSD53353:1
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het bovengenoemde arrest komt de Hoge Raad tot het formuleren van een toetsingskader voor ontoerekenbaarheid. De wettelijke grondslag voor het niet toerekenen van strafbare feiten vinden we in het ‘zuinige’ artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht.1 Met ‘zuinig’ wordt bedoeld dat de tekst van deze bepaling geen criteria bevat voor het niet toerekenen. De Nederlandse wetgever neemt daarmee, in internationaal perspectief, een uitzonderingspositie in.2 Bijlsma heeft in deze lacune voorzien en het volgende criterium ontwikkeld:
“Van ontoerekenbaarheid is sprake als de verdachte ten tijde van het delict lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.